In Patatkramen op de markt nam ik een citaat op van Christiaan te Winkel, waarin hij heel treffend de patatkramen wist te beschrijven, die lang geleden op de markt stonden. In de drie boeken die Christiaan te Winkel heeft geschreven is veel meer Winterswijk te vinden. Dat betekent niet dat het boeken over Winterswijk zijn. Ik herken locaties en ook wel een enkele bewoner, maar te Winkel schrijft prachtige verhalen met een geheel eigen sfeer en stijl, waarin dan af en toe passages opduiken, waarbij ik denk: hey, dat ken ik.

Omslag van de Grasbaan, vastgehouden door mijn sierlijke vinger
Voor mij is Te Winkel een van de betere Nederlandse schrijvers, die na drie boeken helaas geen titel meer heeft gepubliceerd. Die drie boeken, zijn debuut De Grasbaan, de verhalenbundel Vacuüm verpakt en de roman Mij dorst, allen ooit verschenen bij uitgeverij Querido zijn alleen nog maar te vinden in antiquariaten en op boekenmarkten. Koop ze vooral als je ze tegenkomt. Maar eigenlijk is het de hoogste tijd om deze drie boeken in een fraai vormgegeven band heruit te geven. Christiaan te Winkel verdient zo'n herwaardering.
Christiaan te Winkel heb ik leren kennen dankzij een leraar Nederlands op het VWO. Albert van Maanen was iemand, die absoluut geen orde kon houden tijdens de lessen. Het was dan ook regelmatig een puinhoop in zijn klas. Met Nederlands hielden we ons vaak helemaal niet bezig. Ik weet nog goed, dat ik vooral de Volkskrant, die ik op weg naar school bij Kramer had gekocht (je kon toen nog door de Wooldstraat fietsen), las.
Maar toch herinner ik me de momenten ook nog goed, dat Van Maanen enthousiast vertelde over de Nederlandse literatuur. Of de lessen, waarin hij voorlas. Hij kon goed voorlezen en op zo’n moment luisterden we allemaal aandachtig. Van Maanen las op een dag een verhaal voor uit Vacuüm verpakt van Christiaan te Winkel. Hij meldde ook dat hij tegen een ander verhaal uit de bundel grote bezwaren had, omdat daarin een voor iedereen herkenbare Winterswijker geholpen werd om zichzelf te doden, iets wat in werkelijkheid natuurlijk nooit was gebeurd. Het voorlezen en deze mededeling was voor mij voldoende aanleiding om al het werk van te Winkel op te sporen. Ik vond de drie boeken bij de Slegte (Te Winkel is al snel de ramsj ingedaan) en heb ze gelezen in de heerlijke zomer van 1978, waarin ik nog dacht het naargeestige Winterswijk definitief achter me te kunnen laten. Ik heb de boeken met veel genoegen gelezen en ben ze blijven herinneren als goede boeken.

Het huis vlak bij de grens in het Woold waar te Winkel woonde en waarin in de Grasbaan Eleonora woont
Deze week heb ik De Grasbaan herlezen en opnieuw was ik onder de indruk van de geheel eigen sfeer en stijl. Goed, ik zie ook wel, dat de passages die spelen na de laatste grote oorlog, een beetje doen denken aan Het behouden huis van W.F. Hermans. Maar in de delen waarin het verhaal wordt verteld van de ik-persoon, Spiks en Eleonora en in de droom-passages waarin het Woold van de jaren vijftig wordt opgeroepen vindt Te Winkel toch een geheel eigen toon.
Herlezen leidt vaak tot teleurstellingen,maar bij De Grasbaan was dat niet zo. Ik blijf het een prachtige novelle vinden en vond het leuk om daarna de locaties in het Woold op te sporen.

Een grasbaan in Kotten
In de Gelderlander heeft al eens lang geleden een artikel gestaan, waarin een journalist met Christiaan te Winkel op zoek ging naar de plekken in het Woold uit De Grasbaan. 'Gossiemijne, hier is veel veranderd', verzucht Te Winkel al snel. Hij vindt zijn Woold niet terug. Toch valt dat denk ik wel mee. Welke plekken herkennen we nog steeds nadrukkelijk: het huis, waar hij gewoond heeft en waarin in de Grasbaan Eleonora woont. Het beekje (de Dambeek), de Bocholtse baan, de grensovergang, de school in het Woold en een zwarte kolk niet ver van die school (al zal Te Winkel vast een andere in gedachten hebben gehad). Verdwenen is wel de houtzagerij vlakbij de grensovergang, het kippenbosje en de grasbaan, een weg dwars over een van de essen van het Woold.
Grasbanen zijn echter nog steeds aanwezig in Winterswijk. Je moet er wat langer naar zoeken, en je moet het maïs voor lief nemen. De Grasbaan die wij hebben gefotografeerd ligt in Kotten, maar zo kan het ongeveer geweest zijn.
Spiks heeft een opgevoerde auto, waarmee ze zonder licht door het donker scheuren. Eerst door het Woold, daarna door het dorp, waar de omgeving onveilig wordt gemaakt. Terug nemen ze de kortste weg. 'Mijn vermoeden was juist; Spiks nam het pad waar vroeger een spoorbaan gelegen had.'

De Bocholtse baan
'Het was nagenoeg donker nu. Het brede met een dicht scherm van takken overgroeide pad was recht, vol grind. Hier liet Spiks de wagen zo hard gaan als het onder de omstandigheden maar kon en dat was erg hard. We trilden mee in dit geweld; takken zwiepten. Nu kwam de motor pas op toeren, een donker, gestaag grommen.Waar een smaller zandpad het brede kruiste, was een kleine verhoging te bemerken. De wagen nam zich dan op in zijn vaart; vier wielen waren een ogenblik van de grond. Er was niet één bocht in het pad; dat gaf een gewaarwording van eindeloosheid, van oneindig versnellen, harder, steeds harder, recht en tijdloos.'Alleen al vanwege zo'n beschrijving zouden we nooit meer wat aan de Bocholtsebaan moeten veranderen.

De Dambeek achter in het Woold
Dat geldt ook voor de beek, die in een van de droompassages wordt beschreven en waarlangs de ons allen bekende witte wieven opduiken.
'Dan is er de beek; die komt, die is en die gaat. Diep vaak, meanderend, het zandoer op de bodem. Wij zagen haar: gezwollen, snel in de herfst; de stekelbaarsjes in het weinige water van de voorzomer - de oevers steil en begroeid met hakhout. Ze had geen einde en geen begin: zij was er; zij bleef altijd gelijk aan zich zelf en in haar diepten was een rust die met niets is te vergelijken.
Maar er was meer: de sloten, langs de weiden, langs de wegen, de sloten van de natte herfst.
Het water was somber dan, hoog tot de rand, zwart, schielijk vlietend en zonder geluid in haar beweging; slechts een enkele duiker ruiste, zacht klokkend. Het was een dom en diep geluk daarbij neer te zitten, het water te bezien, er iets op te laten drijven - een houtje dat onverwacht snel met de stromingen meetrok: een snelheid, die in de maag voelbaar werd.'
De Grasbaan bevat niet alleen van deze beschrijvingen. Het is en blijft op de eerste plaats een literaire novelle, waarin Christiaan te Winkel ook het landschap van zijn jeugd heeft willen oproepen. Op het moment dat hij zijn boeken schreef was hij al jarenlang uit Winterswijk vertrokken. In de jaren tachtig woonde hij in de buurt van Vorden. Op het arbeidsbureau waar ik toen mijn vervangende dienstplicht vervulde bleek de onderdirecteur hem goed te kennen. Die wist mij te vertellen dat Te Winkel helemaal op het schrijven was afgeknapt, omdat de uitgever hem min of meer dwong jaarlijks een boek te maken. Te Winkel kon die druk niet aan. Merkwaardig is het dan wel als ik een tijd geleden in een interview met Reinold Kuipers, zijn uitgever bij Querido lees, dat hij zich afvraagt wat er nou van die veel belovende Te Winkel is geworden. In het Gelderlander-artikel dat uit de tweede helft van de jaren tachtig stamt heeft Te Winkel het erover dat hij nog één poging wil doen een boek te schrijven. We hebben er helaas nooit van vernomen. We moeten het derhalve doen met de drie die wel ooit zijn verschenen. Ik kan iedereen aanraden ze te proberen vinden en te koesteren. En laten we zorgen dat ze opnieuw uitgegeven worden!
De foto's bij dit artikel zijn gemaakt door Steven van den Brand
|