HOME
 
 
 
Flamingo road 1 | Joan Crawford
14.12.09 | categorie: Snippergeest

We zijn lang tevreden geweest. Enkele jaren schreven we ons in voor een eengezinsflat. Ruim een jaar later konden we intrekken. Anniët was op dat moment erg druk met het voltooien van haar kandidaats. Ik was na dat practicum gestopt, wat ik nooit heb gezien als opgeven. Anniët moest terugslaan. Ze zou laten zien, dat het op haar manier ook ging. Of ze na de kandidaats verder wilde, wist ze niet meer. Telkens vroeg ze zich af of ze geschikt zou zijn als lerares. Ik vond van wel, al mocht ze dan bepaalde aspecten van onze relatie nooit noemen.

We zagen Joan Crawford tegen alles en iedereen opboksen (bron foto Wikipedia)

Omdat ik verder geen werkelijke verplichtingen had (hoe gelukkig een mens dan kan zijn), besteedde ik veel tijd aan het opknappen en inrichten van de woning. Soms deed ik klusjes om tenminste een deel van m'n inkomen zelf bij elkaar te sprokkelen. Toen niet. Sinds kort ook niet meer. Het doet me helemaal geen pijn om een tijd de hand op te houden.

Overdag schilderen en behangen en het maken van een fundamentele vloerbedekking. Overal had ik resten vandaan gehaald en pas na een week was er voldoende. Aanvullende stukken kochten we, waarna het bedenken van patronen, leggen en plakken begon. In die week bivakkeerden we op de kale betonvloer. Vervelend was dat niet. 's Avonds hingen we lekker voor de televisie. We zagen Joan Crawford in Flamingo road tegen alles en iedereen opboksen en dachten: zo hadden wij ook moeten zijn. Wij zijn niet tevreden als we uiteindelijk gelukkig kunnen zijn met die afschuwelijke man, die toch een goede vriend blijkt te zijn.

Anniët studeerde natuurlijk door. De twijfels werden minder, de studie werd eenzijdiger. Zo gaat dat als je in de doctoraalfase komt. Specialisatie! Al de ellende wordt vergeten, want nu zijn er al die lagere planten. Onuitputtelijke bronnen. Wie doet in Nederland wat aan mossen? Of nog erger: wieren. Anniët doet het met plezier. En dat was goed.Toch verweet ik haar wel eens dat ze alles leek te zijn vergeten. Zij zei dan dat ik meer moest vergeten. Dat ik zo weinig belangstelling toonde voor haar studie, stoorde haar ook nog. Zo gaat dat. Daarna kropen we weer bij elkaar en alles was even goed. Elkaars vrienden zijn. Niet meer, niet minder. Is het genoeg?

Ach, ... misschien zie ik wel eens idyllen, zou ik ze willen opzoeken .... Ik denk dat ik te nuchter ben. Ik sta voor het raam en kijk tussen de planten en de macramé-figuren naar de straat, naar de spelende kinderen, die zo voor het eten naar binnen geschreeuwd worden, naar die flats, die mij nog geen neurose kunnen bezorgen, ondanks dat ik te veel hier ben.Wat doe je eigenlijk, vragen ze vaak. Is het beleefdheid of willen ze me veroordelen, een traag gebaar maken, me dan wegmeppen. De schillenboer, de vuilnisbelt, de bloeiende skilla, verdwijn misbruikpoes. Heeft 't dan zin om te vertellen wat ik daadwerkelijk doe en wie in mijn onderhoud voorziet.

Ik sta wel vaker voor het raam te wachten. Ik weet dat ze zo al komen en zie Anniët graag de straat indraaien. Zij op die wrakkige fiets tussen al die studenten (van haar eerste loon wilde ze geen goede sportfiets kopen). Haar collega's gaan in de auto naar huis, want het regent altijd rondom vijf uur. Ik ben er zo aan gewend geraakt dat ze tussen vijf en zes thuis komt, dat m'n ritme wordt verstoord als ze opbelt om te melden, dat ze wat later of laat komt. Ik ben overdag zoveel alleen, dat de behoefte aan gezelschap 's avonds groot is. Eigenlijk ben ik vereenzaamd, al ervaar ik dat niet als negatief als ik dit denk of uitspreek. Misschien dat er eens per week iemand aankomt. Ik weet niet of dat te weinig is. Als ik het echt niet meer uit houd, loop ik naar hert centrum. Ik kan me op m'n gemak voelen tussen winkelende mensen. Daarom ga ik ook wel naar de stad. Na al die jaren ben ik nog steeds niet uitgekeken op films. Ach, alleen zijn is helemaal niet moeilijk. Als je maar niet voortdurend aan dezelfde ruimte gebonden bent. Dan word je door je eigen muren verpletterd. Ik heb het zien gebeuren.

De sfeer is vandaag anders. Op de een of andere manier ben ik er gevoelig voor. Het heeft met geuren te maken, met de kleur licht en het jaargetijde. Ze kruipt in je en trilt je lichaam door, totdat je te kennen geeft 't te hebben begrepen. "Ik heb begrepen." Geen paranormale orgasmen. De heimachine noemden ze hem ook wel.

Een rijtje slakkehuizen. Ammonieten. Ëén type overheerst

Vanmiddag was ik in de stemming het koken op een originelere manier te benaderen. Kant en klare recepten bevallen me niet. Het eenvoudige is alleen goed, als ik in een plichtmatige bui ben (wat regelmatig voorkomt). Soms loop ik een uur in een supermarkt rond. Eerst kijk ik naar de groenten, soms naar het vlees. Daarna combineren, net zo lang tot je denkt: nou, dit is niet een al te absurde maaltijd.

Al jaren staat de radio aan en telkens schalt heer Spits tussen de etenswaren door. Ik stoor me niet meer aan hem. Je went aan alles en sinds ik een systeem in zijn programma heb ontdekt, kan ik zelfs enige waardering voor hem opbrengen (de term sandwichformule kan ik nu toepassen). Onmiddellijk denken we in termen als educatief verantwoord en cultureel relevant.
Alles zweeft.
Veeleisend zal ik blijven.
En mooi wil ik ook nog zijn.

"Hallo", zei Anniët droog bij binnenkomst en liep meteen verder. Ik hoorde dat de jas werd weggesmeten en de tas niet op de gebruikelijke wijze op zijn plek terecht kwam. Ik wachtte even, voordat ik de kamer in ging. Roerde nog eens in de pannen en zette alles zacht. De oven uit, de hitte blijft lang hangen.
Ze lag op haar buik op de bank. Ik hoorde haar zachtjes snikken. "Oh godverdomme, waarom moet dat altijd terugkomen."

Pauzegesprekken. Er zouden heel wat schriften mee gevuld kunnen worden. Historische figuren. Tragedies.
"Zo langzamerhand moet ik toch gewend zijn aan dit werk", zei Anniët, "Hoe lang werk ik? Toch wel een half jaar. Ik begon me net meer op m'n gemak te voelen, vergat misschien wel, dat ik liever wat anders zou doen en dan zoiets!!!" Het was een ernstig vergrijp. De kassen waren het slachtoffer van steenregens. Altijd als de autosnelweg het Neandertal indaalt, die gedachte: ze komen te voorschijn, ze komen te voorschijn en wie is er nu primitief?
"Er is iets vervelends voorgevallen", constateerde ik. Gelach is slecht na te synchroniseren.
"Ik mag een excursie begeleiden", zei ze monotoon. Een verzadigingspunt?
"Ach, dat vind je zo vervelend? Een reisje op z'n tijd...", leek mij leuk, terwijl mijn laatste excursie tamelijk traumatische gevolgen had. Bedenken we dat het mijn enige excursie was, georganiseerd door een wetenschappelijke instelling, dan is dit de taal van een raspingelaar.
"Het is niet zomaar een excursie."
"Dat moet ik dan wel aannemen."
Eigenlijk wist ik 't al wel, maar dat woord Ambleteuse verraste me altijd weer. Ik zag het aankomen en toch kroop het net nog even op m'n rug. Een beetje pijnlijk bleef het. Ik heb nooit meer naar Noord-Frankrijk gedurfd uit angst om toevallig in Boulogne of Ambleteuse verzeild te raken. De draai van de vrijheid.
"Je weet dat we altijd koffie drinken op de kamer van de prof. Na een half uurtje staan we allemaal op om naar de eigen werkkamer te gaan. Het was alsof hij er op had gewacht. Hij vroeg of ik nog even wilde blijven...."
"Hij is dat jaar ook mee geweest", zei ik terwijl ik die vriendelijke man voor me zag, van wie ik het gevoel had dat hij de verzachtende factor was. Samen met juffrouw Hakster, die de haar traditioneel toegedachte eigenschappen pleegde uit te spelen.
"Hij moet mij kunnen herinneren, maar we hebben het er nooit over gehad. Hij weet dat ik me heb verdiept in wieren en dat ik er veel van weet. Alsof ik van elders kom, vertelt hij me over de jaarlijkse excursie evertebraten voor tweede-jaars-biologen, die wordt georganiseerd door de vakgroep van Ossenberg en dat Plantkunde al jaren iemand mee stuurt voor de wieren. Meestal gaat hij zelf mee, omdat hij in de¬zelfde studiefase een practicum lagere planten geeft. Dit jaar is hij helaas verhinderd. Een congres is belangrijker. Hij heeft ook eerlijk toegegeven, dat ik meer weet van wieren. Bovendien moet ik toch ervaring opdoen als begeleider...."
"Je moet."
"Ja, ik moet."
"Ik kan meegaan."
"Jij kunt altijd wel meegaan."
Had ik nou zo'n verwijtende blik verdiend? Typisch een zaakje voor Joan Crawford.


kasteel aan de kust

Een boterbloem? Fleure de beurre en de hilariteit. Nee, 't is een bosanemoon naast een wilde hyacint. De eerste keer dat ik een hyacint zag, die niet plomp en flets was.

Een picknickbank. Anniët, Jean en die vervelende Angeline, de rooie overactrice. Gebaren van Anniët. Ze maakt wat duidelijk en windt zich op.

Voor de kerk zit de hele groep in het geel geworden gras. En ze zitten op dat muurtje. Ik lig. Vaag op de achtergrond: kruisen van graven (families met eeuwenoude tradities). De muurleeuwebek bloeit nog niet. De muurvaren zat al in zijn fotoherbarium.

Een bak met vis. Gelukkig is de geur weg. Volgens de poster: rode poon. Doet mij meer aan de een of andere diepzeevis denken. Duivelskop. Omgeven door wierook brandde hij.

Waarom lachen we altijd zo? Anniët en ik zitten onder aan een blanke duin. Geen helmgras in de buurt. Hij heeft de foto gemaakt en wacht net zo lang totdat wij grinnikend over elkaar heen vallen.

Boven of de klif stond een kruis. Het betekent dat iemand naar beneden is gedonderd. Wij herdenken. Martelaren.

Kasteel aan de kust. Met prikkeldraad omgeven. Wie is er zo mal om naar binnen te klimmen en zijn handen open te halen? Natuurlijk, onze hoedenman met de spannend wapperende cape.

Een leeg dorp. Witte blokvormige huizen. Overal de luiken dicht. Geen groep, geen open ruimtes. Alles besloten. Geen leven. De vakantie is nog niet aange-broken.

Een rijtje slakkehuizen. Eén type overheerst. Ammonieten.

Herman was er soms ook bij. En niet te vergeten Pierre, die altijd een fresia-takje in z'n knoopsgat wenste te hebben. Vijf verduisterden kropen tussen de natte rotsblokken en zochten naar zeeanemonen, die hun tentakels hadden uitgeslagen. Ze vonden die niet. Was dat het lot?

Hij staat op een blok in de zee. Hij heeft moeten springen en wacht tot het blok onzichtbaar wordt, zodat we vermoeden dat hij op het water staat. Dan zien we hem zijn armen spreiden en zweeft hij naar ons toe.

Het weer wordt beter, dus zitten we op een terrasje. De laatste dag. Vermoeide gezichten, die plichtmatig glimlachen. Het was al te laat.


---------------------------- © copyright  Harfsterkamp.nl --------------------------
   
Zoeken op Harfsterkamp.nl:
 
 
 
omslag De winter wist van geen wijken

Samengesteld en geschreven door Bernhard Harfsterkamp
Met foto's van Steven van den Brand
Nog steeds verkrijgbaar bij de plaatselijke boekhandel
 
rustplaats voor auto's

gespieste appels bij de Tricot


belangstellende meeuw


 
Nieuwste artikelen:
24.08.10 - Beekprikkel | Kastanje
23.08.10 - Natuurdagboek | Enkele bloeiende planten van de natuurkalenderroute
22.08.10 - Zweden Beekprikkel 38 | Afwasmachine
21.08.10 - Grensganger | Een Twitter-feuilleton 51 tm 75
20.08.10 - Tovenaars 12 | Ziekenhuis
19.08.10 - Literaire zwerftocht | De hoofdige boer in Almen
18.08.10 - Beekprikkel | Meisjes met rode haren
15.08.10 - Zweden Beekprikkel 37 | Storm
14.08.10 - Ontspanning | Heel geschikt voor de zomeravond
13.08.10 - Tovenaars 11 | Ondergang
 
  © 2009 WDKcommunication & Bernhard Harfsterkamp