| Flamingo road 3 | Thee met slakken |
23.12.09 | categorie: Snippergeest
|
Weken gaan snel. Weekeinden stellen niks meer voor.
Ik had het theeblikje met 't aardbeienmotief, nog altijd met het etiket "gewoon krententhee" uit een duistere hoek gehaald en legde de inhoud voor me op tafel. Ik bekeek de voorwerpen en liet ze in me opgaan.

Jessica kwam de werkkamer in en bracht me een kop koffie. Ze schudde met haar hoofd bij het zien van de omhulsels. Misschien begreep ze het niet, al kon ik me dat moeilijk voorstellen. We kenden elkaar zo goed, zo door en door ... Alleen had Ambleteuse een andere uitwerking op haar gehad.
"Je bent sentimenteel", zei ze honend.
"Laat mij dan maar sentimenteel zijn", zei ik kalm. "En laat me alleen met m'n sentimenten. Ik overleef dit wel zonder hulp." Ze kon soms zo sarren. Ze ging zonder beledigd te lijken. Waarom kon Jessica zich niet voorstellen, dat alles nu weer naar boven kwam, dat ik aan niets anders kon denken? Ik was niet vergeten, maar had er jaren geen tijd voor gehad. Jessica had meer tijd en bleef met sommige zaken altijd bezig. We spraken niet overal over. Ieder heeft 't recht op geheimen.

Ik telde. Twee ammonieten van de geologie-excursie. Niet veel. Het merendeel van m'n collega-studenten had een tasje vol van deze fossielen. Fanatiek gezocht. Één grote hoornschelp. Gevonden in de haven van Boulogne. Tegen je oor houden en je hoort de zee, vertelde oma vroeger en ze had me er twee gegeven (een blanke ruwe en een zwarte gladde), die ik ooit opnam in mijn natuur-historisch museum. Een klein hoornvormig slakkehuis met een flap, een vleugel, bruin gekleurd. Een paar minieme huisjes, cirkelvormig, haast plat, wit, afgeschuurd door duinzand. Een stuk of twintig slakkehuizen hadden dezelfde vorm, waren zo groot als de dop van een frisdrankfles, waren ook cirkelvormig en een beetje piramidevormig. Ze waren allemaal enigszins geel, soms was er een bruin streepje zichtbaar. Jean had ze allemaal opgeraapt en omdat slakken mij opeens zo interessant leken, heeft hij ze mij gegeven. Een paar weken na de excursie heb ik nog wel een slakkengids gekocht (herkenning mogelijk aan gestorven materiaal), maar heb er nooit veel mee gedaan. De wieren hadden me al te pakken, ook gevolg van die excursie. Die wieren hebben me nooit meer losgelaten. Op mij heeft Ambleteuse niet alleen een negatief effect gehad. Het was er niet de hele week vervelend. Ook niet voor Jean en Jessica. Ik stond tussen ze in en dat moet voor beide moeilijk zijn geweest.
Die slakken. De tweede practicum-middag, nog vervelender dan de eerste. We gingen gewoon. Iedereen was druk. Het kon niet opvallen, omdat we al wel eerder even naar buiten waren gegaan. We wilden de duinen in en moesten daarvoor een eind omlopen. Het was vloed, de weg via 't strand was afgesloten. Je moest de brug over de geul opzoeken. We kwamen niet meteen zo ver, omdat Jessica honger had. Dus gingen we terug het dorp in. Er waren cafés en we dronken thee met iets lekkers erbij. 't Was in ieder geval erg zoet. We waren alle drie opgetogen, dat we weg waren, dat we in het buitenland zaten en dat we ons even tevreden konden voelen.
Daarna liepen we alsnog de duinen in. Het gesprek werd vooral tussen Jean en mij gevoerd. Jessica hield zich afzijdig en deed nu zelfs afwezig. Jean en ik ontdekten dat we uit dezelfde hoek van het land kwamen. We vergeleken. We namen het uitgebreide familieleven door, totdat ik merkte dat Jessica er niet meer was. Ik keek om en zag haar niet. Daarom keerde ik om. Jean bleef achter in een grote woestijnachtige vlakte en begon slakkehuizen op te rapen. Ik vond Jessica, die op de flank van een duin lag te treuren.
"Is er wat", vroeg ik, terwijl ik haar over de bol aaide, een vervelende gewoonte van me.
"Weet je, ik had niet gedacht dat 't kon, maar ik ben jaloers en daar baal ik van en toch: ik ben echt jaloers ...." Ze vond het niet prettig om dit gevoel te moeten erkennen.
"Jaloers op Jean?", zei ik vol ongeloof.
"Op wie anders. Jullie kletsen nu al twee dagen zo gezellig met elkaar en als jij al op 'm gaat wachten......"
"Ik vind hem aardig, maar ik ben niet verliefd. Je hoeft niet moeilijk te doen." We kunnen allemaal in een hoekje kruipen en zielig doen en als 't niks brengt, doen we nog moeilijker. Ach, ik heb dat ook wel. Er zijn zo gedragscodes ontstaan. Niet alles gaat direct. De een wordt ziek en dan kan pas verteld worden. Jessica moet eerst erg depressief zijn. Ik kruip in die stille kamer en verwacht dat ze komt. In Ambleteuse liep ik terug en liet Jean achter, die ik wel degelijk meer dan aardig vond. Waarom ik dat niet zei? Ik zeg niet alles meteen. Ik ben afwachtend en soms ben ik laf. Ik kende Jessica al lang en onze verhouding was in de maanden voor dat practicum zeer innig geworden. Jean kende ik een maand, eigenlijk pas twee dagen. Die twee dagen hadden me niet hard genoeg aangeslagen.
"Geef me een kus", zei Jessica en ik zoende haar, waarna we een tijdje stil tegen elkaar aan lagen in 't warm geworden zand.
Jean vonden we een heel eind verder in een vallei, waar hij aan de rand van een ven zat en somber voor zich uit staar¬de. Ik denk dat hij zich met mij heeft bezig gehouden.

Met diezelfde mensen moest ik om de tafel zitten, met diezelfde vent, die eens had gezegd "En wat Anniët Mulder vindt, daar heb ik helemaal niets mee te maken", zou ik nu tien dagen optrekken. Het was nog steeds een excursie in twee gedeelten. Twee groepen gingen na elkaar en ontmoetten elkaar even in het dorpje Nazareth, aan de twee uur lange snelweg door België. Er was een begeleidersbijeenkomst afgesproken. Ik voelde me die dag zeker niet op m'n gemak. Overdag op mijn werk heb ik me goed voorbereid, maar wat was er eigenlijk voor te bereiden? Vermoedde ik dat er gediscussieerd zou worden over het belang van snijpractica? Had ik daar nog mee te maken? Ik was er voor de wieren en de rest zou ongetwijfeld door de geachte Ossenberg bepaald en gedaan worden. Wat was dan de zin van een begeleidersbijeenkomst? Ik denk dat ik daar de hele morgen over heb zitten dubben. 's Middags ben ik niet naar m'n werk gegaan, omdat ik me niet meer lekker voelde. Ik was zenuwachtig. Dat was erg vervelend, want ik ben niet zo vaak zenuwachtig. Ik heb op de bank in de woonkamer gelegen en zo gauw er iets op de televisie was, ben ik gaan kijken. Cursussen en kinderprogramma's. Vroeger was er altijd Lolek en Bolek, nu vond ik de filmpjes te simpel, niet leuk.
Ik had geen zin in eten. Jessica was er niet. Ik was nu ook liever alleen. Waar was ze eigenlijk? Ik had 't me nog niet afgevraagd, ik had haar niet gemist. Op de bekende plaats vond ik een briefje. "Ik moest er even uit. Vanavond terug." Minstens één keer per maand kwam dat voor. Een gevoel van opgesloten te zijn had ik op dat moment misschien ook wel. Elke dag diezelfde patronen in dezelfde ruimtes. Leven met een baan, leven in de nabloei. Alles verstopt.
Om me weer helemaal op m'n gemak te voelen, ben ik te voet gegaan. Het gebouw lag niet al te ver weg. Daarom maakte ik een omweg van een half uur. Ik kende het hoofdkwartier en wist de kamer nog wel te vinden. De ingang, in de hal links, de gang links, twee keer een bocht van negentig graden en dan de tweede deur rechts. Ik klopte. Een vertrouwde stem riep me binnen.
"Kijk eens aan, juffrouw Mulder."
"Dag meneer Ossenberg". Anderen waren nog niet aanwezig. Ik had het gevoel dat dit doelbewust zo gearrangeerd was. Verleden kweekt wantrouwen. Ik gaf hem een hand en nam plaats op de stoel tegenover hem. Hij veranderde van houding en leunde met zijn onderarmen op het bureaublad.
"U hebt hier gestudeerd, heb ik van collega Willemans vernomen. U zult dan ook college bij mij hebben gelopen ..." Ik knikte alleen, hij moest niet doen alsof hij niets wist.
"Wanneer is de excursie", vroeg ik om tot iets zinnigs te komen.
"Kalm, kalm, juffrouwtje", zei hij slijmerig en breeduit glimlachend. "Dat hoort u zo, wanneer uw collega-begeleiders komen. Ze zijn weer eens te laat." Zo, zo, en dat zei hij alsof 't gewoon was. Waar was de strakke hand, de zwarte hand, de rechtzettende klapper?
"U gaat ook mee?"
"Natuurlijk ga ik mee. In deze tijden kom je toch al zo weinig daadwerkelijk in contact met studenten. Zo'n excursie is zo'n beetje de enige gelegenheid om nader kennis te maken met die jongelui. Zo'n kans moet je niet voorbij laten gaan. Een professor behoort zijn studenten te kennen."
Oh ja, voor later, vanzelfsprekend.
"Daarom ken ik u ook wel enigszins, maar omdat ik zoveel studenten heb gezien, herinner ik me niet iedereen even goed. Zeker niet als u in een latere studiefase geen enkel vak meer bij mij hebt gedaan. U bent helemaal de botanische kant opgegaan?"
"Nou, niet alleen de botanische. Van de lagere planten heb ik veel cytologie en anatomie gedaan. Ik noem mezelf niet botanisch."
"Juist. Planten in het algemeen hebben dus uw aandacht. U denkt niet dat het een beetje eenzijdig is?" Zou er nu een vermanende rede komen?
"Iedereen specialiseert zich tegenwoordig", zei ik zakelijk.
"Natuurlijk, maar pas later. We heten nog steeds biologen en dat is niet zomaar een predikaat. We moeten nog wel het een en ander kunnen verwachten ...."
De deur ging open en drie heren verschenen, uiteraard glimlachend. Beleefd gaven ze me een hand.
"Cis Sibbeling."
"Mus Markers."
"Paul van het Veer."
"Een charmante begeleidster", mompelde een van hen. Toch had ik nog steeds niet het gevoel, dat mijn aanwezigheid ze werkelijk beviel. Geen van allen liet merken dat ze me kenden. Was ik zo onbelangrijk geweest? Nou ja, het antwoord daarop was bekend.
We gingen de gang in om een paar deuren verderop in een vergaderzaaltje te belanden. Er was voor veel meer mensen plaats, zodat die enkele mensen aan het eind van een grote tafel nogal leeg aandeed. Sibbeling haalde koffie en de heren praatten intussen over beenderen van vissen. 't Interesseerde me niet. Ik zweeg en staarde voor me uit. Een kopje koffie moest me terugbrengen.
"Dit jaar is de excursie opnieuw verplicht", begon Ossenberg en noemde de data. "Dat betekent dat die lastpost ook mee gaat", zei hij snibbig.
"Welke lastpost", vroeg ik nieuwsgierig.
"Er zijn altijd mensen, al kwam het de laatste jaren niet meer voor, die de behoefte hebben om nooit een volwaardig bioloog te worden. Ze hebben opeens principes en willen niet in dieren snijden. Wij mogen ze niet op het oneigenlijke van hun activiteiten attenderen, want daardoor worden ze boos en halsstarrig. Wij wensen aan dergelijke spelletjes echter niet meer mee te doen!"
"We kunnen haar thuislaten", zei Sibbeling voorzichtig.
"Erkennen dat we bang voor haar zijn!? Ik neem aan dat jullie haar tijdens het practicum voldoende onder druk hebben gezet. Ik geloof niet dat zij echt vervelend zal zijn. Ze zal geen materiaal meenemen. Bovendien staat ze alleen."
"Ze staan wel vaker alleen of bijna alleen", zei Markers.
"We gaan het niet meer hebben over zieltjeswinners. Dat ligt ver achter ons", zei Ossenberg lichtelijk opgewonden.
Ik luisterde verbaasd. Had dit iets met voorbereidingen te maken? Was dit geen interne kwestie? Behoefte om te reageren had ik echter in het geheel niet.
"Die Jolien Elburg is zoveel woorden ook niet waard", zei Markers, "al vind ik het beter om er vooraf even over gesproken te hebben."
"We moeten haar niet negeren. Zij moet niet het gevoel hebben dat zij er niet meer bijhoort", zei Sibbeling, die in het verleden ook de vriendelijkste was geweest.
"Ik weet niet of het jullie is opgevallen", zei Van het Veer, "Zij lijkt op Jean Bertrand."
Ossenberg schudde met z'n hoofd. "Wat wil je daar nu mee zeggen, Paul? Dat zij de hele excursie zal saboteren?"
"Ach, je weet tenslotte nooit."
"Misschien dat onze collega van plantkunde op haar kan letten". zei Markers.
"Waarom speciaal ik", vroeg ik geschrokken.
"Omdat zij onvermijdelijk minder intensief met de lagere dieren bezig zal willen zijn. Dan kan zij beter één ding goed doen. Wieren lijken me het geschiktste onderwerp", verklaarde Markers.
"U bedoelt dat ik haar achterna loop en haar de wieren probeer op te dringen?"
"Ik neem aan dat u dat wel subtieler kunt", zei Ossenberg, "tenslotte komt uw belangstelling voor wieren ook niet zomaar uit de lucht vallen."
Alle heren glimlachten en ik knikte beduusd.
Er werden niet zoveel bijzondere zaken besproken. Er werden enkele afspraken gemaakt en verder werd er geluld. Ik vertelde over mijn werk, maar niet erg veel en hoewel ik me een stuk beter voelde, was ik blij dat het achter de rug was.
Wat is ze rustig geworden. Zouden ze dat gedacht hebben?
|
---------------------------- © copyright Harfsterkamp.nl --------------------------
|
|
|
|