| Flamingo road 5 | Teveel leven |
18.01.10 | categorie: Snippergeest
|
Zou ik ooit ergens tot rust kunnen komen? Waar is dat grote land? Waar is dat gevoel? Ik kies de verkeerde dagen. Zo'n film kan me aangrijpen, zo'n film kan me volledig aan het twijfelen brengen. Ik schuifel uiterst langzaam door de stad en denk en denk en wordt somber. Op het zebrapad heb ik de neiging de automobilisten uit te dagen door praktisch stil te gaan staan. Het licht blijft te lang rood.

Ik zoek de groene long op, dat heuvelachtige park met de vele vijvers. Als je één keer een weg oversteekt en tot het einde gaat, kom je bij het dierenpark en het openluchtmuseum. Pas dan ken je de grootte van deze stad.
Had ik Anniët kunnen ondersteunen? Ik had er geen zin in. Voor mij is het te ver weg geraakt. Ik ben gestopt, maar heb niet vergeten zoals zij wel eens denkt. Ach, Jean en Anniët, ze waren allebei zo rationeel ingesteld. Er moesten alsmaar argumenten aangevoerd worden, terwijl 't voor mij echt alleen een gevoelskwestie was. Ik wilde misschien best, maar ik kon niet. Ik zag te veel, te veel leven van daarvoor.
Ik heb het practicum niet echt vervelend gevonden. Ik denk niet dat ze tegen mij aardiger zijn geweest dan tegen Anniët en Jean. In Ambleteuse ging het nauwelijks om mij en toch hebben die gebeurtenissen een enorme invloed op me gehad. Ik had die studie sowieso niet afgemaakt, maar ik was anders zeker langer doorgegaan. Ik ben niet zo sterk en toch wil ik sterk en hard zijn en heb ik ook de neiging om ooit terug te slaan. Ik heb geduld. Wat heeft Anniët bewezen nu ze is afgestudeerd en die aardige baan heeft? Ik hoef niets te bewijzen. Ik wil niet eens de wereld verdedigen. Toch kan ik niet alles toelaten. Ik wil niet dat Ossenberg Anniët anders gaat behandelen, omdat hij haar toen lastig vond. Hij mag dat ook niet. Gelijk halen in verleden en toekomst.
Zij was verliefd op hem. Zij was echt verliefd op hem. Ambleteuse staat sindsdien voor haar in het teken van een mislukte liefde. Ze voelt zich schuldig, omdat Jean daarna plotseling is verdwenen. Ze is op zoek naar hem geweest, zelfs in zijn geboorteplaats, die zoveel op de hare leek. Hij bleef weg. Niemand wist iets en ze vond zichzelf schuldig. Daaraan denkt ze voornamelijk. Niet aan al dat andere. Dat terrein is voor mij overgebleven. Ik overzie de slagvelden en voel me niet schuldig.
Ik had honger. We keerden om en zochten een café. We dronken thee met zoetigheden. Jean hield niet van zoetigheden. Likeur vond hij afschuwelijk en ik deed die zo graag in de thee. Ik wilde een warm hoofd.

Een goed ogenblik. Het was vloed en we liepen over de boulevard. Stenen aan de kant. We gingen zitten en we hebben er wel een half uur gezeten. We hebben niets gezegd. We hoorden de wind en de zee en zagen af en toe schepen. Daarna waren we alledrie gesterkt.
Ik heb hem gevraagd of hij mee ging naar dat kasteel. Alles zat dicht. De volgende dag gingen we nog eens, maar een boze man heeft ons verjaagd.
Ik heb hem gevraagd of hij mee wilde gaan naar Ambleteuse, want hij wist dat je niet mee hoefde. Anniët en ik wisten dat niet.
Misschien ga ik er nog eens heen. 't Is nooit een vreselijke herinnering geweest. Het was een klein, gezellig plaatsje, waar ik de rust voelde, die ik hier zo mis. Ik kan niet hele dagen op die flat zitten. Ik voel me teveel huisvrouw en wil dat niet. Een leven moet spannend zijn en ik moet weer eens wat anders gaan doen. Ik wil wat met m'n handen doen, maar ik heb ook de behoefte aan een reis, aan een reis alleen. Een reis, die eindigt met een woning op de Mont Blanc of op de Shetland eilanden. Het duurt niet meer zo lang voordat ik dertig wordt. Moet die leeftijd het keerpunt zijn?
Altijd als ik hier rondloop komt de gedachte alles achter te laten. Ik kan Anniët wel verlaten. Misschien is onze verhouding na al die jaren niet meer zo hecht. Misschien zien we elkaar te vaak. We gaan allebei wel eens weg, maar te vaak gaat de ander mee. We horen te veel bij elkaar en af en toe voel je je gevangen. Zij heeft nu haar werk, zij had haar studie. Ik was een kleine zelfstandige, die gestopt is, omdat zij genoeg verdiende. Ze maakt braaf elke maand voldoende zakgeld, want zo mag ik het toch wel noemen, aan me over. Ik ben afhankelijk geworden en begin dat belemmerend te vinden. We hebben er wel eens over gesproken.
"Waarom ben je dan overal mee opgehouden", zegt Anniët dan.
"Omdat ik er geen zin meer in had."
"Bij jou gaat dat altijd zo snel. Geen zin, wat is dat? En wel zitten klagen, dat je hele dagen hier zit en 't vervelend begint te vinden."
"Ik weet dat ik iets moet ondernemen", zeg ik, "Alleen wil ik dat niet meer hier. Ik ben hier uitgekeken geraakt op de mensen. Ik heb afstand genomen."
"Een weg terug is onmogelijk?"
"Ik wil niet meer terug."
"Met andere woorden: je wilt dat we verhuizen."
"Nee, ik denk dat ìk binnenkort wil verhuizen. Na acht jaar wil ik er een punt achter zetten."
Anniët was niet in goede doen. Al haar antwoorden kwamen irritant over. De werkende mens moet niet aan de kop gezeurd worden.
"Wil je een punt achter onze relatie zetten?"
"Heb ik dat gezegd!?"
"Nee Jessica, dat heb je niet gezegd. Waar denk je aan? Een lat-relatie?"
"Zo was het vroeger ook, maar ik weet 't nog niet."
"Je weet 't niet en je hebt nergens zin in. Het blijft allemaal zo heerlijk vaag..."
"Dat is niet waar!", zei ik fel, "Ik weet zeker dat er 't een en ander moet veranderen en dat ik hier weg wil. En mag ik een beetje nadenken over mijn toekomst?"
"Jij denkt nu al jaren na over je toekomst", zei ze honend.
Op zo'n manier word ik onverschillig. Anniët is een werkende mevrouw geworden en het lijkt erop, dat ze me sindsdien niet meer werkelijk serieus neemt. Het roept tegenreacties op en ik weet zeker dat ik volgende week op reis zal gaan en ik weet zeker waarheen en dat ik haar daar over een paar weken zal tegenkomen en dat ik op dat moment precies zal weten wat ik ga doen. Ik ben niet gek.
Opeens was hij opgestaan en verliet hij het wegrestaurant. Toen ik niet veel later naar buiten ging, zag ik hem ver weg in een rommelige omgeving lopen. Hij keek aandachtig naar een smerige sloot, leek zowaar een fanatieke bioloog.

't Was warmer geworden en velen ontdeden zich al van hun jassen, want elke gelegenheid om maar iets bruin te krijgen werd in die tijd aangegrepen. Jean had het nog steeds koud. Z'n dikke marinejas had hij opgefleurd met een grootbloemmuurtje. Hij glimlachte toen hij op een groepje af liep. Ik stond wat afzijdig, maar hoorde wel dat hij over ratten vertelde. Hij had er net één gezien en haalde herinneringen op. Hij was NJN-er geweest en een excursie leidde wel eens naar de vuilnisbelt. Ze zagen er veel ratten en een naamgenoot wist hem bang te maken met sterke verhalen. Jean verwachtte minstens dat ze 'm naar de keel zouden springen. Hij had er velen gezien daarna, maar 't was niet gebeurd.
Op die vuilnisbelt vonden ze een bloeiende skilla.
Ik vertelde dat ik wel eens door een rat was gebeten.
Met de laatste bus ging ik terug. Ik hoopte een beetje dat Anniët al zou slapen. Ze werd nooit wakker als ik later het bed instapte. In de straat zag ik, dat het licht in de woonkamer nog brandde.
Ze las een detective van Johan Elburg, ter ontspanning neem ik aan, en ze begroette me vriendelijk. Ze schonk me een glas wijn in.
"Ging het goed vanavond", vroeg ik vriendelijk.
"Niet zo. Ze zijn vooral bezig geweest om me bij voorbaat al op m'n plaats te zetten", zei Anniët vermoeid.
"Ze herkenden je?"
"Ze herkenden me en lieten het niet blijken. Ik heb naar ze geluisterd en nauwelijks iets gezegd. 't Wilde niet."
"Ze hebben niet geprobeerd je te verlokken tot pittige uitspraken?"
"Een beetje misschien. Maar ik heb niet gereageerd. Ze hebben het plan bedacht dat ik op de enige snij-weigeraar van dit jaar moet letten, want die zal wel belangstelling hebben voor wieren..."
"Dus als jij vijf dagen wieren met zo iemand doet, kan er niets gebeuren en verder hoef je niets?"
"Er zullen er wel meer zijn die belangstelling hebben voor wieren", zei ze hoopvol, "Ik ga als gewone begeleider mee en niet als oppas."
"Hebben ze 't echt zo gezegd?"
"Nee, ze hebben ook niet op mijn verleden gezinspeeld. Maar 't was duidelijk genoeg."
"En je hebt niet geprotesteerd."
"Nee, ik heb daar rustig gezeten en zelfs nog wat over mijn werk verteld. Dit is tenslotte óók mijn werk. Ik moet er niet zo tegen op zien. Die bijeenkomst vanavond stelde nauwelijks iets voor. Als ik er onbevangen naar toe was gegaan... Ik ga onbevangen naar Ambleteuse en vertel over wieren en meer hoeft ook niet..."
Ze keek nadenkend van me weg en ik vroeg me af of er niet meer nodig zou zijn. Er zou iemand zijn, die geen lagere dieren in emmertjes wilde stoppen om ze mee te nemen naar het laboratorium, waar ze nog bekeken konden worden om vervolgens te sterven. Anniët stond toen op hetzelfde standpunt. Verandert in vijf jaar dat standpunt? Ze ging nu mee voor de wieren en hoefde geen uitspraak te doen. In die tijd waren we ook vegetariër geweest, en dat waren we allang niet meer. Daarvoor ook niet. Het scheen dat als je niet in dieren wilde snijden je toch wel minstens vegetariër moest zijn. Leren schoenen waren zeer verdacht. Ach......
"Ben je vandaag naar de film geweest", vroeg Anniët.
"Ja, ik heb twee films gezien, maar ik heb vooral door de stad en dat park geslenterd en nagedacht over mijn toekomst."
"En?"
"Ik weet het nog steeds niet, maar ik heb besloten om op reis te gaan. Ik moet hier weg, in ieder geval voor korte tijd. Één dag er tussenuit helpt me niet meer en ik vind dat ik binnenkort wat moet gaan doen en ik denk dat ik ook al wel weet wat, maar ik moet 't allemaal goed overdenken..."
"Een reis om 't een en 't ander te overdenken, och ja, zo zijn er meer en zo komen die zielige reisverhalen in de wereld. Het zoeken naar de eigen identiteit."
"Het is geen identiteitskwestie. Het gaat om mijn toekomst."
"En om mijn toekomst."
"Ja, want jij en ik zijn de laatste jaren zeer met elkaar verbonden geraakt, maar ook wij moeten verder."
"Oh ja", zei Anniët somber, "De trappentheorie. Waar ga je naar toe?"
"Naar Frankrijk."
"Als je nog even wacht, kun je me op komen zoeken."
"Misschien doe ik dat ook wel."
Ze was moe. Ze werd steeds vermoeider. Ik zocht haar op en kroop tegen haar aan. We konden het nog goed met elkaar vinden.
|
---------------------------- © copyright Harfsterkamp.nl --------------------------
|
|
|
|