HOME
 
 
 
Tovenaars 9 | Krassen
30.07.10 | categorie: Feuilleton


- En wat gebeurde er daarna, vroeg Jean vriendelijk, maar niet te aandringend.
- Het werd alleen maar erger. Ik denk niet dat ik het nu wil vertellen.
- Kwam je inzinking daarna? Jean vroeg het vaker en kreeg meestal verschillende antwoorden, maar dat waren juist de antwoorden die hij wilde.
- Nee later, nadat ik een tijd heel erg gewild ben geweest.


Ze was nog steeds gewild.
Weten deed ze dat ook wel.
Jean eveneens.

In een eerste jaar in een andere plaats, waar je gaat studeren ben je totaal niet meer jezelf, zeker niet als je je zoals Marina en Jean in een meer geïsoleerde positie hebt ingeleefd. Het terecht komen in een woongemeenschap vaagt de vele verworvenheden weg. Je wordt verplicht er wat van te maken, je moet met anderen optrekken, het zijn niet meer de ouders, zussen en broertjes, die je tamelijk veel kon negeren. Toch probeer je je in een nieuwe situatie enigszins vast te klampen aan oude gewoonten, maar het past niet echt en wat blijft dan over? Halfslachtigheid. En meer: ongemak, ongeluk. Kan leiden tot zelfdoding.

Jean ging bijna zover, Marina had het al eens geppogd en had daaruit geleerd, maar had lusten in zich.

- Weet je, zei Jean dan weer tegen Marina, soms heb ik zin om me echt toeterzat te drinken. Drinken en drinken en maar doordrinken, totdat je niets meer ziet en hoort, maar ik kan het niet.
- En ik, zei Marina, heb wel eens zin om mezelf te bewerken met een slagersmes. Krassen, wonden!

Zelfdestructie!!

Soms, in hun hok-woongemeenschap-tijd gingen ze er ook toe over. Martin zag het een keer en beschreef het als volgt: "Daar zie ik ze weer zitten. Jean en Marina, deze keer niet in de keuken, maar op Jeans kamer. Tussen het soort vliegengordijn dat hij van een aantal verschillende paarsachtige linten had gemaakt zag ik ze op het bed zitten. Deze keer praatten ze wel, maar nauwelijks verstaanbaar. Ze waren met een mes bezig, het leek wel of ze ergens in krasten. De volgende dag zag ik dat ze zichzelf hadden genomen. Vooral de handen hadden ze toegetakeld en Jean had op zijn linkerwang een of ander teken gemaakt. Het had veel weg van een kruis. Op hun beider handen bleken de krassen en sneden ook niet willekeurig gezet."

En drinken deden ze natuurlijk constant.
Vooral in die mooiste tijd.

Op een dag zat Jean rustig te lezen op zijn hok-kamer, toen er onverwacht werd aangeklopt. Hij zei ja en zag Erik binnenkomen.
"Kom je eens op bezoek", vroeg Jean spottend en ook nadrukkelijk glimlachend.
"Ja, tegenwoordig moet je al speciaal bij jou op bezoek komen om je nog te kunnen spreken", zei Erik wat moeizaam.
"Ach ja, vriend, zo is het nu eenmaal geworden. We moeten allemaal toch verder in dit leven", zei Jean terwijl hij nog meer glimlachte.

Die glimlach, die glimlach.

Het masker moet af. Ik vind het fijn om te lachen, maar die glimlach hoeft niet altijd. Ik zou meer emotioneel willen zijn. Natuurlijk ook niet te. Ik wil voor mijn gevoelens uitkomen. Niet altijd alles toestaan. De hand over mijn goede hart strijken. Ja, het is echt zo. Ik ben herhaaldelijk veel te goed voor anderen, zeker in de barak. Ik wil dat ook niet meer. Ik ga meer mijn mening zeggen. Laat ik eens een keer echt kwaad worden. Aanleidingen zijn er wel geweest en komen er nog wel.

De glimlach, de glimlach, nog steeds.

"Ja, ja, dat zal wel, maar ik wil nu eens echt met je praten, net als vroeger."
"Net als vroeger."
"Ja toen praatten we regelmatig en eerlijk met elkaar. Zo wil ik nu ook met je praten."

Jean zei niets en keek Erik een tijdje aan, probeerde hem te doorgronden. Erik zag er slecht uit, moe, op de tenen getrapt, opgerekt. Ach, liet hem dan maar eens vragen. Hij zou dan wel antwoorden, mooi antwoorden, antwoorden vol innerlijke glimlachen, vol beneveling.

"Moet je een glaasje wijn", vroeg hij.
"Ja graag", zei Erik, die zich toch niet zo ontspannen voelde. Jean en zijn kamer hadden zich toch wel in een andere sfeer gehuld dan vroeger.
"Croix Saint Bertrand, mijn eigen merk", zei Jean, terwijl hij inschonk. "Verruimt alles. Neemt je op in de kring van de tovenaars. Je zult zien."

---------------------------- © copyright  Harfsterkamp.nl --------------------------
   
Zoeken op Harfsterkamp.nl:
 
 
 
omslag De winter wist van geen wijken

Samengesteld en geschreven door Bernhard Harfsterkamp
Met foto's van Steven van den Brand
Nog steeds verkrijgbaar bij de plaatselijke boekhandel
 
rustplaats voor auto's

gespieste appels bij de Tricot


belangstellende meeuw


 
Nieuwste artikelen:
24.08.10 - Beekprikkel | Kastanje
23.08.10 - Natuurdagboek | Enkele bloeiende planten van de natuurkalenderroute
22.08.10 - Zweden Beekprikkel 38 | Afwasmachine
21.08.10 - Grensganger | Een Twitter-feuilleton 51 tm 75
20.08.10 - Tovenaars 12 | Ziekenhuis
19.08.10 - Literaire zwerftocht | De hoofdige boer in Almen
18.08.10 - Beekprikkel | Meisjes met rode haren
15.08.10 - Zweden Beekprikkel 37 | Storm
14.08.10 - Ontspanning | Heel geschikt voor de zomeravond
13.08.10 - Tovenaars 11 | Ondergang
 
  © 2009 WDKcommunication & Bernhard Harfsterkamp