HOME
 
 
 
Altijd bereid om mensen in de Winterswijkse natuur rond te leiden
31.10.09 | categorie: Natuurgeschiedenis

Mr. A. Th. ten Houten, een belangrijk Winterswijks natuurbeschermer

"Een van de beste kenners van het Winterswijkse land". Zo werd over hem geschreven in het bekende Wilde planten. "De broedplaatsen van bijna alle hier voorkomende vogels waren hem bekend", lezen we in een krant uit 1933. Gedoeld wordt op Mr. A. Th. ten Houten, die van zeer groot belang is geweest voor de natuurstudie en -bescherming in Winterswijk. Het is dan ook vanzelfsprekend dat we in deze rubriek een aflevering wijden aan deze markante persoon.

een lange begrafenisstoet naar de Algemene Begraafplaats

Ten Houten is geen onbekende naam in Winterswijk en zeker niet in de Wilhelminastraat, waar dit stuk wordt geschreven. Schuin tegenover me staat de villa, waarin Mr. A. Th. ten Houten heeft gewoond, en van waaruit in 1933 een lange begrafenisstoet naar de Algemene Begraafplaats is vertrokken. "Honderden hadden zich nog langs den weg geschaard dien de droeve stoet volgde en brachten met ontblooten hoofde den geachten plaatsgenoot en medeburger hun laatsten groet."

Aan het graf sprak Burgemeester Bosma nog wat woorden ter nagedachtenis. Tegenwoordig zal iedereen de naam kennen, omdat we allemaal wel eens over de naar hem genoemde laan richting zwembad of Den Helder hebben gereden. Aan het begin van deze laan vinden we ook nog de Ten Houten-bank, door leerlingen van de Ambachtsschool in elkaar gemetseld. Het was overigens niet de eerste Ten Houten-bank. Daarvoor had er bij de Steengroeve al een gestaan. Deze was gemaakt van kalksteen uit de groeve (toen heel optimistisch Winterswijks marmer genoemd), dat niet bestand bleek tegen de weersinvloeden. Bij de overdracht van de tweede bank aan de gemeente, werd de hoop uitgesproken dat Winterswijkers wanneer zij plaats zouden nemen op de bank met hun gedachten even zouden stil staan bij Mr. ten Houten. En bij zijn betekenis voor de Winterswijkse natuurbescherming, voeg ik dan maar toe.

Maar het was niet alleen daarom dat hij zo'n gewaardeerde plaatsgenoot was. Hij was meester in de rechten, die na zijn promotie werd opgenomen in de bank van zijn vader. Hij werd mede-directeur toen het kantoor een filiaal werd van de Twentsche bank. Daarnaast was hij bestuurslid van allerlei organisaties, zoals van de Ambachtsschool en van de Vereeniging tot Verbetering der Volkshuisvesting. Hij was actief voor de plaatselijke VVV en het Instituut voor Arbeidersontwikkeling. Maar dat de natuur een belangrijke rol in zijn leven speelde, blijkt ook duidelijk uit de herdenkingsartikelen die bij zijn dood zijn geschreven: "Buiten zijn druk leven gaf hij zich geheel aan de natuur, waarvan hij een groot liefhebber was."

Ten Houten zorgde ervoor dat Natuurmonumenten het Buskersbos kon verwerven

Waar kwam die liefde voor de natuur vandaan? Bij Mr. A. Th. ten Houten is in ieder geval een oom van invloed geweest. Deze oom was apotheker. In zijn nalatenschap werd een herbarium aangetroffen, die Ten Houten enthousiast heeft gemaakt. Er zat o.a. een exemplaar tussen van de zeer bijzondere Lange zonnedauw, die Ten Houten en later ook zijn zoon tevergeefs hebben geprobeerd terug te vinden in het Korenburgerveen. In navolging van zijn oom wilde Ten Houten apotheker worden. Om dat te kunnen worden moest je eerst het gymnasium doen. In Winterswijk kon dat toen nog niet, dus ging hij naar Zutphen. De jongens met wie hij het gymnasium volgde en met wie hij bevriend raakte, gingen allemaal rechten studeren. Blijkbaar hebben ze Ten Houten er van kunnen overtuigen, dat dit ook het beste voor hem was. Hij werd dan ook meester in de rechten, maar alles wat met de natuur te maken had, bleef hem toch trekken.

Mr. A. Th. ten Houten bekeek en bestudeerde vele aspecten van de Winterswijkse natuur. Hij hield zich uitgebreid bezig met planten, met vogels en ook met paddestoelen. Hij ontdekte hier zelfs nieuwe soorten voor Nederland. Hij kende weldra het buitengebied erg goed. Belangrijk voor de natuurstudie is geweest dat hij ook altijd bereid bleek om anderen op excursies te begeleiden. Typerend voor deze houding is de slotallinea van het enige artikel, dat hij over de natuur van Winterswijk heeft geschreven: "Uit alles zal het U wel duidelijk zijn geworden, hoe belangrijk voor een natuurliefhebber onze Gemeente is en het zal mij hoogst aangenaam zijn als natuurvrienden ook deze bij uitstek nog zoo begenadigde streek komen bezoeken om zich te overtuigen van al dat moois. Te allen tijde ben ik gaarne bereid een ieder, die mij daarom vraagt zoo veel in mijn vermogen is de gewenschte aanwijzingen te geven."

In zijn Gids voor Winterswijk en omgeving beveelt Meinen Ten Houten ook al aan als iemand die "gaarne bereid is anderen van zijn interessante ontdekkingen te laten profiteeren. Hij, die het ernstig meent met zijn natuurliefde en studie, zal door den heer Ten Houten met de meeste voorkomendheid nader ingelicht worden." Velen hebben hiervan gebruik gemaakt. In 1916 haalde hij een grote paddestoelen excursie naar Winterswijk. "Hij heeft op uitnemende wijze onze tochten in elkaar gezet en kende de omstreken van Winterswijk door en door. Gedurende drie dagen maakte hij met alle of een deel der excursisten de tochten mede en de heusche wijze, waarop hij voor alles zorg droeg, zal nog lang in ieders herinnering blijven", lezen we in het verslag van deze excursie. Belangrijk is de brief geweest, die Ten Houten in 1926 aan de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie heeft geschreven met het voorstel in de zomer aan de Duitse grens bij Kotten te komen kamperen. De NJN-ers kwamen en daarna nog vele malen. In 1938 leverde dit het befaamde boekje "Kotten zoals de N.J.N. het zag" op.

Ook percelen in het Vragender veen kocht ten Houten aan

Mr. A. Th. ten Houten speelde een belangrijke rol bij het verwerven van de eerste Natuurmonumenten in Winterswijk en omgeving: het Korenburgerveen in 1918 en het Buskersbos en het Loohuis bij Aalten aan het begin van de jaren twintig. Hij had daar ook graag de Bekendelle aan willen toevoegen, maar dat is hem helaas niet gelukt. Deze bemoeienissen leidden er toe dat Ten Houten later opgenomen werd in het hoofdbestuur van de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten. Thijsse, die lang secretaris is geweest, herdacht hem uitgebreid in de jaarvergadering van 18 maart 1933. "Alles wat deze terreinen betreft werd met Mr. ten Houten behandeld; hij heeft het beheer er van voor ons zeer gemakkelijk gemaakt. Tot het laatst toe heeft hij gewerkt aan de uitbreiding en afronding van het Korenburgerveen door perceelen in het aangrenzende Vragenderveen aan te koopen."

Mr. A. Th. ten Houten was een groot kenner van de natuur van ons buitengebied. Jammer genoeg heeft hij er niet veel over geschreven. Tijdens zijn gewone werk moest hij al zoveel schrijfwerk doen, dat hij geen zin had om in zijn vrije tijd artikelen te schrijven. Het is daarom bij zijn ene bijdrage aan het Gelderlandnummer van Natura (het blad van de Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging) in 1931 gebleven. In "De omgeving van Winterswijk" geeft hij op fraaie wijze weer hoe prachtig dit gebied toen was, maar ook is geweest, want Ten Houten zag tijdens zijn leven ook al het nodige verdwijnen. Over het geliefde Vosseveld moet hij voor een deel al in de verleden tijd vertellen. "De wandelaar van thans zal van dit interessante terrein niet veel meer bespeuren. De ontginningen namen hand over hand toe; aan weerszijden van den weg ziet men thans verschillende kleine boerderijtjes met een weinig bouwland en vele groote weiden. Ook het mooie heideplasje is reeds geheel verdwenen. Slechts een gedeelte van de groote plas aan de andere zijde van den weg daar is nog over, waar zich nog een enkele kievit en wulp ophoudt." Maar duidelijk is dat zonder Mr. A. Th. ten Houten natuurstudie en -bescherming aan het begin van de eeuw nauwelijks een rol in Winterswijk gespeeld zou hebben. En dan zou er nog veel meer zijn verdwenen dan grote stukken van het Vosseveld.

Dit artikel verscheen begin jaren negentig in de Nieuwe Winterswijkse Courant. Ik kon het artikel o.a. schrijven dankzij een uitgebreid gesprek met J. G. ten Houten, zijn zoon, die ik toen bezocht in Wageningen.

---------------------------- © copyright  Harfsterkamp.nl --------------------------
   
Zoeken op Harfsterkamp.nl:
 
 
 
omslag De winter wist van geen wijken

Samengesteld en geschreven door Bernhard Harfsterkamp
Met foto's van Steven van den Brand
Nog steeds verkrijgbaar bij de plaatselijke boekhandel
 
rustplaats voor auto's

gespieste appels bij de Tricot


belangstellende meeuw


 
Nieuwste artikelen:
24.08.10 - Beekprikkel | Kastanje
23.08.10 - Natuurdagboek | Enkele bloeiende planten van de natuurkalenderroute
22.08.10 - Zweden Beekprikkel 38 | Afwasmachine
21.08.10 - Grensganger | Een Twitter-feuilleton 51 tm 75
20.08.10 - Tovenaars 12 | Ziekenhuis
19.08.10 - Literaire zwerftocht | De hoofdige boer in Almen
18.08.10 - Beekprikkel | Meisjes met rode haren
15.08.10 - Zweden Beekprikkel 37 | Storm
14.08.10 - Ontspanning | Heel geschikt voor de zomeravond
13.08.10 - Tovenaars 11 | Ondergang
 
  © 2009 WDKcommunication & Bernhard Harfsterkamp