| Natuurkalenderwandeling | De opleving zet door |
16.11.09 | categorie: Natuurwandeling
|
Een kleine opleving, dacht ik zo'n toen dagen geleden tijdens mijn laatste natuurkalenderwandeling. Maar kijk nu eens, wat ik vandaag allemaal zag: niet alleen het aantal bloeiende plantensoorten neemt weer toe, maar ook het aantal bloemen per soort. Niet spectaculair, maar toch, de toename is er overduidelijk. Iets meer dan een kleine opleving, waarover ik de vorige keer sprak, zou ik zeggen.

Heeft het te maken met het relatief zachte weer? Was het niet gaan regenen dan was mijn zondagmorgenwandeling door het Midden-Woold zeer aangenaam geweest. Erg veel koude nachten hebben we nog niet gehad en daaropvolgende koude dagen, waardoor de plantengroei echt gestagneerd zou zijn. Integendeel. Je ziet het goed op de onlangs nog kale maïsakkers. Die hebben een groen gloed gekregen dankzij vooral de grassen die overal opkomen. Kale grond komt maar zelden voor in het Winterswijkse buitengebied.

Het blad is inmiddels wel zo'n beetje helemaal van de bomen af, zodat het vooral lopen was op bladertapijten. Dat blad en hier en daar ook de larix-naalden onttrekken soms de plantengroei behoorlijk aan het oog. Misschien dat ik daarom de tijmereprijs van de vorige keer niet kon terugvinden. Of is die nu echt uitgebloeid? Van die asters is ook niet heel veel meer over. Soms gaat het grote uitbloeien gewoon door. Die aster is geen soort met een lange bloeitijd, in tegenstelling tot de bijna het gehele jaar bloeiende planten als witte dovenetel, straatgras, vogelmuur en paarse dovenetel, al laten al deze soorten zich wel eens een paar weken niet of nauwelijks zien.
Terug in bloei waren veldbeemdgras, kropaar, akkerkool, moerasmuur, hopklaver, Italiaans raaigras, canadese guldenroede en de kleine veldkers. De laatste ken ik toch vooral als een echte vroege voorjaarsbloeier (die wel tot in de zomer door bloeit) . Opmerkelijk? Vraag het me over enkele jaren nog eens. Het is pas het derde jaar dat ik met deze natuurkalenderwandeling bezig ben en eigenlijk pas het eerste jaar dat ik ook na juni de route regelmatig heb gelopen. Dat is nog onvoldoende om echt inzicht te hebben in het al dan niet grillige verloop van de bloeiperioden van de planten in het Midden-Woold. Alles moet ook niet logisch en regelmatig zijn. Laat de natuur vooral ook ongrijpbaar blijven.

Waar de natuur zich wel redelijk aanhoudt is dat er in de herfst gemiddeld genomen heel wat meer paddestoelen zijn te zien. Op het grasveld bij de grote parkeerplaats, op de takkenhopen langs de Klandermansweg, in het bos, langs de akkerranden, in de wegberm, overal, zelfs in de weilanden. Één paddestoel zag ik al vanaf grote afstand. Het leek alsof ik een voetbal in de wei zag liggen. Sommigen weten dan al wel dat ik het over de reuzenbovist heb, die in dit geval zelfs groter was dan een voetbal. Deze witte stuifzwam kun je als die jong is nog eten, maar dat geldt voor vele paddestoelen. De reuzenbovist is niet zeldzaam, maar van deze omvang zie ik ze toch niet erg vaak. Het kan zijn dat ik daarvoor toch te weinig buiten kom.
|
---------------------------- © copyright Harfsterkamp.nl --------------------------
|