HOME
 
 
 
Tussen Bredevoort en Corle. In de voetsporen van G.J. Meinen
08.10.09 | categorie: Natuurgeschiedenis

In de serie over de geschiedenis van de natuurstudie in Winterswijk ga ik deze keer naar het Groote Goor. Ik doe dat aan de hand van G.J. Meinen, die een van de eerste Winterswijkers is geweest, die zich uitgebreid met de natuurstudie heeft bezig gehouden.

portret van meester Meinen

Het is overigens maar de vraag of Meinen zichzelf als natuurbestudeerder heeft beschouwd. In de inleiding van zijn artikel "Tusschen Breedevoort en Corle", dat in juni 1908 in de Levende Natuur werd afgedrukt, laat hij zich enigszins laatdunkend uit over de heren die geleerd doen "en niet determineeren en verzamelen, omdat het zoo intressant is, doch omdat het zoo intressant staat, - als ze loopen met bussen en schetsboeken en kiektoestellen, waar een stel klare oogen voldoende zou zijn." Meinen loopt liever een uurtje zomaar wat in de natuur rond.

Ik denk dan ook niet dat hij systematisch gegevens over de Winterswijkse natuur heeft verzameld. Hij kende het buitengebied erg goed, kwam er jaar in jaar uit en in zijn artikelen, maar ook in zijn jongensboeken en verhalen, schreef hij erover. Zijn verzameld werk geeft dan ook een beeld van de natuur in Winterswijk aan het begin van de eeuw, zonder dat duidelijk wordt wanneer of precies waar Meinen iets heeft gezien. Dat hij ook geschreven heeft over het Groote Goor en omgeving, een gebied waarvoor een natuurliefhebber in die tijd niet meteen naar de Oost-Achterhoek zou trekken, heeft een eenvoudige reden. Hij is er namelijk dichtbij geboren.

In 1881 kwam hij in boerderij het Voorde, de laatste boerderij voor de gemeentegrens met Lichtenvoorde aan de Corlese weg, ter wereld. Als je daar de weg oversteekt kom je op de lange zandweg dwars door het Groote Goor, die uiteindelijk in Bredevoort uitkomt. Voordat Meinen hoofd van de school in Kotten werd, is hij onderwijzer in Aalten geweest. In het weekend bezocht hij het ouderlijk huis en elke maandag ging hij dwars door het broek- en goorgebied terug naar Aalten. Dat ging lopend, maar in de winter ook wel schaatsend, wanneer je over de ondergelopen weilanden naar Bredevoort kon glijden. Zo nat is het er dus ooit geweest. Een indruk van al wat Meinen er in de loop der jaren heeft gezien, heeft hij in "Tusschen Breedevoort en Corle" gegeven.

Natuurlijk begin ik mijn tocht bij boerderij het Voorde. Langs de zandweg valt me weer op hoe ruig de berm hier is. De grond moet overal voedselrijk zijn, wat me blijft verbazen omdat langs eigenlijk alle andere zandwegen altijd nog behoorlijk schrale stukken zijn te vinden. Pas geleden hoorde ik hiervoor een passende verklaring. In de tijd dat de Boven-Slinge is aangepast en dieper gemaakt, schijnt al het zand en slib wat daarbij vrij kwam gebruikt te zijn om deze Groote Goorweg te verstevigen. En omdat er sindsdien nooit een verschralend beheer is gevoerd is de berm rijk gebleven. Bij Meinen lezen we niets over die ruige vegetatie. Integendeel: "De stekelbrem, kleine brem, gewone brem, dop- en struikheide, roode en gewone bosbesch, ganzerik, zilverschoon, zonnedauw, spiraea, gentiaan, heideklokjes, zandklokjes, die alle en veel meer nog kan men er in den loop van het jaar zien bloeien."

heideplanten in het Groote Goor?

Voor een deel zijn het soorten, die op heide- en moerasachtige plekjes groeien, maar ze zullen ongetwijfeld in de toen nog schrale zandwegberm te zien zijn geweest. Wat zet ik daar tegenover? Grote brandnetel, Boerenwormkruid, Akkerdistel, Vogelwikke, Fluitekruid, Hennepnetel en een stel hoogopschietende grassen. Ja, een Moerasspiraea kan ik er op een enkele plek aan toe voegen, maar de andere soorten zijn er niet meer (hoogstens nog een paar in het bos 't Klooster). Vind ik dat erg? Dat valt wel mee. Ik vind niet zo gauw iets erg. En in een van weinige sloten, die niet gemaaid en geschoond is, zie ik dan wel een vegetatie waarin Grote brandnetel en Akkerdistel domineren, maar omdat de laatste massaal bloeit tel ik er wel meer dan 50 Kleine Vossen, tientallen Koevinkjes en Bruine zandoogjes en ook nog een paar Distelvlinders. Het zijn gewone vlinders, maar ik vind het altijd leuk als ik er opeens zoveel bij elkaar zie. En daar heb je misschien wel gewone planten voor nodig.

de nachtegaal hoor ik niet
Foto afkomstig van website IVN Vecht & Plassengebied

Als je Meinen leest wordt ook duidelijk dat er veel meer bomen en struiken in het gebied moeten hebben gestaan. Niet alleen Elzen en Wilgen, de kenmerkende bomen voor wat nattere gebieden, maar ook Hazelaar, Berk, Eik en zelfs Haagbeuk. En de populier, die overal langs de zandweg is aangeplant en ook in de enige hier aanwezige bosjes domineert, kwam er toen al veel voor ("In de populieren zag ik nu weldra babbelende en tierelierende troepen spreeuwen."). Meinen maakt melding van de opperzanger onder de vogels, de nachtegaal. Ik heb 'm er dit jaar nog niet gehoord, maar de dichte houtwalletjes, overhoekjes en (bramen)struwelen, waarin die zou kunnen zitten, zijn hier niet meer. Helemaal achterin het goor, op de hoogte van de zandweg richting Twee Bruggen, zijn nog een elzenhakhoutwal en een gemengde houtwal aan te treffen. Daarin veel Els, maar ook Eik en in de struiklaag veel Vogelkers. Deze houtwal heeft een aardige structuur, wat betekent dat er onder de bomen flink veel struiken zitten, maar ook dat er wat opener stukken zijn, waar braam en ruigtekruiden een kans krijgen, waardoor vlindervriendelijke plekjes ontstaan. Ik zie er een paar Boomblauwtjes, de gewoonste soort onder de blauwtjes, maar in dit voor vlinders tot nu toe heel behoorlijke jaar, heb ik nog maar weinig blauwtjes gezien.

Over vlinders zegt Meinen helaas niet veel. Het zijn vooral vogels, die zijn aandacht trekken. Hij ziet er een Veldleeuwerik "jubelend van een bevroren aardklont opwaarts" stijgen. De Groene specht "lachte schel en luid in de bosch¬weiden en tusschen het hout, waar de zonnestralen dartel speelden." "Boven de moerassige weilanden riepen de Kieviten." "Toen klonk lijstergezang door de bosschen, vol en krachtig, en droeg de geelgors zijn regelmatig wijsje voor." Uil, Specht, Fazant, Koekoek, Ekster, Patrijs en Korhoen worden genoemd. Een aantal soorten zijn er nog wel. Een Buizerd zweeft er geduldig door de lucht, een groep Kieviten zat in een weiland (nu al verzamelen?), een Koekoek riep en in die houtwal kwetterden Vinken en Mezen. Meinen zag er ook slangen, kikkers (waaronder de Boomkikker), padden, wezels, eekhoorntjes, hazen, konijnen en reeën. Ik tot nog toe alleen de laatste drie en een enkele Bruine kikker.

Ik fiets verder richting Bredevoort. Toen de Boven-Slinge is verpest, zijn er ook wat dijkjes en kanaaltjes aangelegd. Ik ga erover heen en verontrust een Blauwe reiger. Opeens, midden in de rimboe als het ware, is de weg verhard. Ik ben nu aangekomen bij een van de prachtigste wegbermen van Winterswijk. Nee, geen schrale, maar een met metershoge ruigtekruiden. Ik geloof dat er ooit nog wat boompjes zijn aangeplant. Vaag zie ik ze tussen de Bereklauwen en de lianen van Hop en Haagwinde. Niks doen kan soms mooie wildernissen opleveren. "Dichter bij Breedevoort kan men vergeet-mij-nietjes, eereprijzen, smeerwortels, koekoeksbloemen, orchideeën, kamperfoelie en wat niet al plukken. Daar heb ik ook meermalen klauwieren aangetroffen, ooievaars zien stappen en reigers zien staan," schrijft Meinen. Hier hebben dus de schrale hooilanden gelegen. Nu ligt er een uitdijende Slingeplas. Dit keer komt het gekwetter van mensen me tegemoet. Dat is voor het eerst op deze hete middag, want daartussen Corle en Bredevoort ligt nog steeds een uitgestrekt gebied, waar je nauwelijks een boer of toerist tegen komt. Dat was in de tijd van Meinen al zo en nu nog steeds. Eigenlijk wel vreemd. En daarom is het een gebied, waar ik al dan niet in navolging van Meinen, zeker nog eens terug zal keren.

Deze aflevering van de serie over de geschiedenis van de natuurstudie en natuurbescherming in Winterswijk is begin jaren negentig geschreven en verschenen in de Nieuwe Winterswijkse Courant. Het Groote Goor, dat ik beschrijf, is er inmiddels ook gedeeltelijk niet meer. Natuurontwikkeling heeft hier een kans gekregen.

---------------------------- © copyright  Harfsterkamp.nl --------------------------
   
Zoeken op Harfsterkamp.nl:
 
 
 
omslag De winter wist van geen wijken

Samengesteld en geschreven door Bernhard Harfsterkamp
Met foto's van Steven van den Brand
Nog steeds verkrijgbaar bij de plaatselijke boekhandel
 
rustplaats voor auto's

gespieste appels bij de Tricot


belangstellende meeuw


 
Nieuwste artikelen:
24.08.10 - Beekprikkel | Kastanje
23.08.10 - Natuurdagboek | Enkele bloeiende planten van de natuurkalenderroute
22.08.10 - Zweden Beekprikkel 38 | Afwasmachine
21.08.10 - Grensganger | Een Twitter-feuilleton 51 tm 75
20.08.10 - Tovenaars 12 | Ziekenhuis
19.08.10 - Literaire zwerftocht | De hoofdige boer in Almen
18.08.10 - Beekprikkel | Meisjes met rode haren
15.08.10 - Zweden Beekprikkel 37 | Storm
14.08.10 - Ontspanning | Heel geschikt voor de zomeravond
13.08.10 - Tovenaars 11 | Ondergang
 
  © 2009 WDKcommunication & Bernhard Harfsterkamp